Installatie en bedrading
Praktische installatieregels voor Edge-laadmodules en wifi-modules. Buskabel, adressen, jumpers, bedrading van de DC-aardlekdetector, stroomklemmen, P1-aansluiting en de controles na het inschakelen.
De stap-voor-stap-uitleg met afbeeldingen staat in de installatiehandleidingen, één per wifi-module: met stroomklemmen (EVSE-SC-01) en op de slimme meter (EVSE-SC-02). Deze pagina geeft de regels in het kort.
Werk in de groepenkast en nieuwe groepen voor laadpunten moeten worden uitgevoerd door of onder toezicht van een erkend installateur volgens NEN 1010 (IEC 60364-7-722).
RS485-bus
| Regel | Waarom |
|---|---|
| Kabel: 3 × 0,75 mm², litze, voor GND, A+ en B− | Litze-aders kunnen buigen en bewegen bij de printklemmen zonder te breken |
| Geen kabel met massieve aders | Massieve aders breken bij de printklem als de kabel wordt gebogen of bewogen |
| Geen losse ethernetkabel (Cat5/6, UTP) in schroef- of insteekklemmen | Dunne massieve aders, vastgeklemd zonder trekontlasting en scherp gebogen, breken vroeg of laat |
| Ethernetkabel alleen met connectoren | Gebruik een patchkabel met RJ45-stekkers aan beide kanten; op aanvraag leveren we een kleine adapterprint met een RJ45-bus waarop de busdraden worden gesoldeerd |
| Bustopologie: één kabel die langs elk apparaat loopt | Aftakkingen veroorzaken reflecties |
| Geen Modbus via ethernet of draadloze Modbus met een wifi-module | De print verwacht binnen 40 ms een antwoord; een TCP-gateway werkt in principe, maar antwoordt te traag voor EdgeTech-wifi-modules |
Laadmodule
- Jumper rechtsboven: open = maximaal 16 A, gesloten = maximaal 32 A.
- Het Modbusadres is 1 bij levering. Adres 1 is bijzonder: na het opstarten antwoordt de print pas na een state-verandering (de knop, of een auto aansluiten). Een wifi-module zet elke nieuwe print op een eigen adres; met je eigen controller schrijf je 2, 3, 4… naar register 0x0200.
- 1-fase-installatie: alleen PE, N en L1; zet PHASES bit 0 in het Settings-register (of
settings@<socket>= 0 vanuit het platform). - Voer N en de aangesloten fasen door de ringkern van de EVSE-X-DCD. PE niet.
- Monteer zo dat de temperatuur van de print in de zomer onder 62 °C blijft. Daarboven begrenst hij op 10 A.
- Eerste keer inschakelen: de print test zelf aarde, neutraal en L1. Een groene knipper ongeveer elke 3 s betekent dat alles in orde is.
Wifi-module SC-01 (stroomklemmen)
- In de groepenkast, achter een zekering, op 230 V.
- Stroomklemmen C1, C2, C3 op L1, L2, L3 van de hoofdaansluiting, tussen de meter en de hoofdschakelaar, pijl richting de belasting. De 3 meegeleverde stroomklemmen meten tot 40 A; stroomklemmen voor hogere stromen (op aanvraag) hebben een andere verhouding en moet je in de app selecteren.
- 1-fase-locatie: één stroomklem op L1, op dezelfde fase als het laadpunt.
Wifi-module SC-02 (P1)
- Naast de meter, niet in de groepenkast. RJ12 in de P1-poort.
- Is de P1-poort al in gebruik: een gevoede splitter. Levert de meter minder dan 250 mA: voeding via micro-USB.
- Wifi 2,4 GHz. Houd het Mode-gaatje 3 s ingedrukt om de installatie te starten en koppel dan in MyCharger.
- Herstarten: trek de RJ12 3 s uit.
GridShield
Dezelfde behuizing werkt als zender of als ontvanger. De aansluitingen, met de klok mee vanaf de debugconnector op het deksel:
| Aansluiting | Gebruik |
|---|---|
| Debug | Niet nodig bij normaal gebruik |
| Ant | LoRa-antenne op een interne u.fl-connector, door een gat in de behuizing: een flexantenne direct (ontvanger), of een u.fl-naar-SMA-pigtail en een grotere antenne (zender) |
| OC-2, OC-1 | Open-collector-uitgangen 2 en 1 |
| R-2, R-1 | Relais 2 en 1 (interne signaalrelais) |
| CT-3, CT-2, CT-1 | Ingangen voor stroomklemmen |
| LED | Externe led |
| Knop | Drukknop, door een gat in het deksel |
| Modbus | Modbus RS485 |
Zender (controller), bij de netaansluiting
- Meet de stroom: een Modbus-kWh-meter op Modbus, of stroomklemmen op CT-1 tot CT-3.
- Gebruik een antenne die past bij de afstand tot de ontvangers.
- Hij bewaakt de stroom en begint “reduce” te zenden als de marge klein wordt.
Ontvanger, bij de verbruikers
- Gebruik een antenne die past bij de afstand tot de zender.
- Sluit aan wat zijn energieverbruik moet verlagen: laadpalen via Modbus, een SG-Ready-warmtepomp op de relais.
Matter over Thread
- P1-meterlezer: op de P1-poort van de slimme meter DSMR 5, die hem ook voedt.
- Laadpaal: een Matter-adapter op de laadpaal via Modbus of UART (nu leverbaar; past ook op laadpalen van andere merken). Een laadpaal met ingebouwde Matter is gepland.
- Warmtepomp: de relais van de SG-Ready-module op de SG-Ready-contacten van de warmtepomp.
- Matter-controller: ethernet naar het thuisnetwerk en internet. De basisbesturing draait op de controller; uitgebreide besturing en besturing op afstand via de EdgeTech-server, app en website.
- Certificering: Matter 1.4 over Thread, nog niet Matter-gecertificeerd; CSA-certificering op aanvraag.
Na het inschakelen
| Controle | Verwacht |
|---|---|
| Led van de laadmodule | Groene knipper elke ~3 s |
| Wifi-module in de app | Online, firmwareversie zichtbaar |
mb_quality in de locatiestatus |
> 95 % |
| Auto aansluiten | State B, daarna C als een laadsessie start; stroom per fase zichtbaar |
| Testknop van de DC-aardlekdetector (indien aanwezig) | Magneetschakelaar opent binnen 300 ms, foutbit 5 (waarde 32) |